Leesvoer: Gij zult goed eten

Eigenlijk houd ik helemaal niet van lezen en ik lees ook echt net zo snel als een kind uit groep 4. Toch heb ik met mezelf afgesproken dat ik dit jaar 3 boeken ga uitlezen. Dat is echt al een hele opgave voor mij, dus ik laat Mulisch, Tolstoj en Reve nog even in de bieb staan en ga boeken lezen over een onderwerp waarover ik nooit uitgepraat raak: ETEN! Boek nummer 1 heb ik inmiddels uit: ‘Gij zult goed eten’ van Mac van Dinther. Benieuwd wat ik daarvan vond? Je leest het hier!

Mac van Dinther is eetschrijver en culinair journalist. Hij schreef een serie voor de Volkskrant genaamd ‘de 10 Geboden van Goed Eten’. Die 10 geboden zijn in dit boek gebundeld en verder uitgebreid.

Nog nooit hebben we zoveel keuze gehad als het gaat om ons eten. Mexicaans chili, Surinaamse roti, Japanse sushi of Hollandse stamppot. Maar ook superfoods, koolhydraatarm brood, biologische groenten, beter leven vlees of light frisdrank. Fijn al die keuze, maar het brengt ook keuzestress met zich mee? Want wat is nu gezond? Wat is beter voor het milieu biologisch of niet? En waar kan ik het beste mijn tomaten vandaan halen? Dicht bij huis, uit een kas in het westland of toch de tomaatjes gekweekt onder de Italiaanse zon? Weet jij het? Ik niet!

Gelukkig geeft van Dinther in dit boek een heldere kijk op deze vragen. Aan de hand van zijn 10 geboden behandelt hij verschillende thema’s zoals lokaal eten, biologisch eten, e-nummers en foodwaste. De 10 geboden zijn vrij zwart-wit geformuleerd: ‘Gij zult lokaal eten’, ‘Gij zult geen E-nummers eten’, ‘Gij zult niets weggooien’ of ‘Gij zult biologisch eten’.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Bij het lezen van deze geboden dacht ik meteen: ‘Nouuuu…. ik weet niet of ik het daarmee eens ben’. Toch besloot ik maar eens verder te lezen dan deze hoofdstuktitels en al snel kwam ik erachter dat de zaken veel genuanceerder waren. Van Dinther benadert alle thema’s vanuit verschillende perspectieven. Hierbij laat hij deskundigen aan het woord en baseert hij zich op wetenschappelijke literatuur.

Er zijn twee onderwerpen in dit boek die mij het meeste bijgebleven zijn. Allereerst het gebod ‘Gij zult minder vlees eten’. Vlees eten krijgt een steeds negatiever imago. Het lijkt wel alsof je als beetje bewuste burger op zijn minst moet moet hebben nagedacht over het dierenleed en de milieuproblematiek die op jouw bordje ligt. Van Dinther beaamt dat we inderdaad te veel vlees eten. Maar is een compleet vegetarische wereld dan de oplossing? Van Dinther laat het thema dierenleed even links liggen en verdiept zich in de milieuproblematiek. Want we weten inmiddels allemaal dat dat stukje vlees op ons bord een behoorlijke belasting vormt voor het milieu. Imke de Boer, hoogleraar Dierlijke Productiesystemen aan Wageningen Universiteit heeft een interessant antwoord op de vraag of we met zijn allen vegetariër moeten worden. Zij doet onderzoek naar de efficiëntie van verschillende diëten, uitgedrukt in de hoeveelheid land die nodig is om het voedsel daarvoor te verbouwen. Een eerste intuïtie is dat het veganistische dieet veel minder land nodig heeft dan een dieet mét vlees. Een dieet met 80 gram dierlijk eiwit (wat de gemiddelde Nederlander nu heeft) blijkt het minst efficiënt te zijn wanneer je kijkt naar landoppervlak. Een veganistisch dieet is gunstiger, dit vraag anderhalf keer minder land. Toch is er een dieet dat nog gunstiger uit de bus komt, en dat is een dieet waarbinnen sprake is van een geringe hoeveelheid dierlijk eiwit, hoeveel, dat weet de Boer nog niet precies. Wat betekent dit nu? Volgens de Boer betekent dit dat veehouderij wel degelijk een rol kan spelen in duurzame voedselproductie. Er is echter 1 mits, de dieren mogen niet concurreren met de mens, in andere woorden, zij mogen geen voedsel eten dat wij zelf zouden kunnen consumeren. Dit is nu vaak wel het geval. Er worden complete regenwouden gekapt om soja te verbouwen voor ons vee. Niet echt duurzaam of efficiënt dus. Maar van Dinther laat zien dat het ook anders kan. Sandrine Nonhebel, universitair hoofddocent van de Rijksuniversiteit Groningen houdt zich namelijk bezig met de vraag of we ons vee ook kunnen voeden met reststromen uit de voedingsmiddelenindustrie die nu vaak in de verbrandingsoven belanden. Als we alle reststromen die in Nederland vrijkomen bij de productie van ons voedsel zouden voeren aan onze varkens, dan zou dat leiden tot 33 kilo varkensvlees per persoon per jaar. Dat is 90 gram per dag! Meer dan genoeg lijkt me. Al het bovenstaande zijn op dit moment nog slechts theorieën, maar ik denk dat dit wel laat zien dat er een middenweg is tussen de manier waarop wij nu omgaan met onze vleesproductie en -consumptie en een totaal vegetarische (of veganistische) wereld. Ik geloof dat er niks mis is met vlees eten an sich, maar dat er een hoop mis is met de manier waarop wij dat nu doen. Als we allemaal minder vlees eten, is er minder vlees nodig. Het vlees dat dan nodig is kunnen we op een meer duurzame en wellicht diervriendelijkere manier produceren. We kunnen de beestjes meer ruimte en tijd geven om te groeien en we kunnen ze voeden met restproducten die anders verbrand zouden worden. Misschien is het een idealistisch plaatje, maar het moet kunnen toch?

Een tweede onderwerp dat me is bijgebleven is het gebod: ‘Gij zult geen e-nummers eten’. Ook e-nummers hebben, evenals vlees, een negatief imago gekregen. Veel fabrikanten weren ze van hun verpakkingen en noemen de stoffen voortaan bij hun volledige naam. Ook ik ben schuldig aan deze e-nummer-angst. Een tijd lang keerde ik elke verpakking in de supermarkt om, om te kijken in welk product de minste E-nummers zaten. Inmiddels ben ik daar wat gemakkelijker in geworden, maar een product met een ellenlange ingrediëntenlijst met verschillende E-nummers laat ik toch liever staan. Van Dinther laat zien dat deze angst niet altijd terecht is. Zoals hij zegt, E-nummer zijn overal. Zelfs de lucht die we inademen is een E-nummer, zuurstof heeft het nummer E948! En gistextract, E621, zit ook gewoon van nature in een tomaat. Zo erg is het dus allemaal niet. Toch moet je een slag om de arm houden. Het is de vraag of E621 zoals dat van nature in een tomaat voorkomt zich hetzelfde gedraagt in je lichaam als E621 dat een fabrikant in gezuiverde vorm aan zijn product toevoegt. Ralf Hartemink, E-nummerdeskundige van Wageningen Universiteit stelt echter dat ook dit een keerzijde heeft. 100 procent veilig bestaat inderdaad niet zegt hij, maar dit geldt niet alleen voor kunstmatige producten uit de supermarkt, maar ook voor de producten van moeder natuur. Een tomaat, zo vertelt hij, bevat meer E621 dan de toegestane wettelijke hoeveelheid die fabrikanten aan hun producten mogen toevoegen. Hartink stelt: “Je kunt het ook omdraaien. Ons eten bestaat uit honderdduizenden verschillende chemische substanties. Van 350 daarvan weten we bijna alles. Dat zijn E-nummers.” Kortom, als we van tomaten niet dood gaan, gaan we dat waarschijnlijk ook niet van E621. Van Dinther sluit zijn hoofdstuk af met de wijze woorden: “Maar laten we eerlijk wezen: wat smaak betreft gaat niets boven vers en onbewerkt voedsel. Dat ook vol zit met E-nummers. Maar die hóren erin.”

Ik hoop dat deze twee voorbeeldjes hebben laten zien dat, als het om eten gaat, niets zwart-wit is. Aan het einde van zijn boek beschrijft Van Dinther dan ook ‘De nieuwe 10 geboden van Goed Eten’. Versie 2.0 dus. Een tikkeltje meer genuanceerd:

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Ik vond het een erg interessant boek. Als jij ook geïnteresseerd bent in wat er nu precies op je bordje belandt, hoe het daar komt en of het daar wel zou moeten liggen, dan raad ik je zeker aan dit boek een keer te lezen. Het is niet dik, het bevat geen moeilijke woorden of ingewikkelde theorieën, maar gewoon een kort en helder overzicht van de stand van zaken op het gebied van de kennis over ons eten. En nee, waarschijnlijk vertelt ook dit boek niet dé waarheid over eten, want ik geloof niet dat er 1 waarheid is als het hierover gaat. Elk onderwerp heeft zijn mitsen en maren en wat voor mij gezond is, is dat voor jou misschien niet. En juist daarom vind ik eten zo interessant.

Benieuwd naar het volgende boek op mijn lijstje, dat is ‘Hamburgers in het paradijs, voedsel in tijden van schaartste en overvloed’ van Louise O. Fresco. Zij is de voorzitter van de Universiteit van Wageningen. Dit boek is een dikke pil, dus nog even geduld voor de volgende review…

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s